• Vernieuwen

    Posted on mei 16th, 2012 Robert 1 comment

    p1020459Het is een aantrekkelijk begrip: vernieuwen. En tegelijk een lastig begrip om in praktijk te brengen. Want vernieuwen heeft pas zin als er publiek voor is. Of het nu om mode, vakanties, communicatie of politiek gaat. Een beetje op je zolderkamer nieuw zitten te wezen geeft individueel misschien voldoening maar het valt als een steen dood in het zand. En vernieuwen heeft ook echt pas betekenis als het publiek je resultaat als nieuw ervaart.

    Nu is dat bij mode of vakanties niet zo een probleem. Een andere stijl of een nog niet aangeboden activiteit gelden makkelijk als nieuw. In communicatie zal de aandacht vooral uitgaan naar het middel, zie de opmars van sociale media. Dat wordt in ieder geval vaak als nieuw beleefd. Politici hebben het met het begrip erg moeilijk. Ze weten dat de kiezer dol is op de term. Vernieuwing met een realistisch plan en doel vermijdt te hoge verwachtingen en stappen richting ongewisse avonturen. Tegelijk doet het afbreuk aan de kracht van vernieuwing. Die bestaat er nu juist vaak uit dat je niet weet wat er losgemaakt wordt en hoe de afloop er uit zal zien. Het ligt aan de ervaren urgentie van de omstandigheden hoe kiezers kiezen.

    De Grieken kozen voor een vernieuwing met een ongewisse afloop. Vooralsnog is het ontaard het in een situatie die vooral koersloos lijkt. En koersloos is per definitie kansloos. Nieuwe verkiezingen gaan eigenlijk over de vraag of men echte vernieuwing aan wil of toch terug kruipt naar de al bekende recepten en partijen. Een stem op de oude partijen is een stem op het receptuur dat vooral door Brussel en IMF is uitgewerkt. Een stem op nieuwe partijen, waarvan Syriza de tweede partij werd, is in ieder geval een afwijzing van de inmiddels bekende en verwenste receptuur. Syriza lijkt erop te gokken straks de grootste te worden en Brussel daarmee voor het blok te zetten. Net zo min als Luther anti-Rooms was, is Syriza anti-Europees. Ook al maken veel media die fout in hun berichten. Alexis Tsipras, de leider van de partij, wil alleen anders behandeld worden. Als de Europese regeringen straks alsnog de knieën buigen en hem tegemoet komen is de vernieuwing voor Syriza al geslaagd. Maar er zijn meer landen die ongemakkelijk in hun Europese zetel zitten. En waarom wel voor de Grieken buigen en voor anderen niet?

    Buigen de Europese knieën niet dan lijkt Alexis Tsipras niet een plan B te hebben. Zeker als zijn partij twee verkiezingen zo kort na elkaar wint, pleegt hij grof verraad aan zijn kiezers als hij alsnog zou toegeven aan Brussel en IMF. Het zou de facto het einde van zijn partij zijn en zijn politieke loopbaan. Syriza zal dan dus de stap in het diepe moeten zetten en de eurozone verlaten. Dat is werkelijke vernieuwing, maar ook de meest ongewisse.

    Tofik Dibi heeft met minder wanhopige omstandigheden te maken en koos een overzichtelijke variant van vernieuwing. Hij trekt aan een tak en schudt niet aan de boom. En binnen enkele weken weet hij de afloop. De vraag is of hij het ook zo heeft bedoeld. Had hij zijn kandidatuur ondersteund met het benoemen van enkele inhoudelijke verschillen, dan had hij de eerste schrik bij GroenLinksers nog kunnen overwinnen. GroenLinksers zijn wel machiavellistischer gaan denken over het verwerven van invloed, maar nog steeds erg ontvankelijk voor principes en koersdebatten. Daar had hij zijn vernieuwing op kunnen ankeren, maar heeft dat niet gedaan. Nu resteert enkel een vorm-verhaal en daar kom je binnen GroenLinks niet ver mee. De frustratie dat GroenLinks landelijk nooit de drempel van 10 zetels echt ruim weet te overschrijden wordt breed gedeeld, maar ook aansprekende leiders als Rosenmöller en Halsema (in haar laatste jaren), die inhoud en vorm goed wisten te combineren, is het niet gelukt. De roep tot vernieuwing van Dibi lijkt daarom vooral gebaseerd op een eigen onderbuikgevoel, en steunt niet op een analyse of sterke inhoudelijke overtuiging. Zijn vernieuwing is paradoxaal genoeg te weinig vernieuwend.

    Hollande, de nieuw gekozen president van Frankrijk, staat ook voor vernieuwing. De vrije variant van Tripras had hem de nieuwe positie niet gebracht. Daar verschilt de situatie in Frankrijk te veel voor van die in Griekenland. En anders dan Dibi heeft Hollande ingehaakt op een ontwikkeling die al gaande was: het maken van een groeipact. Zijn vernieuwing is een rek- en strekoefening binnen kaders die er al zijn. Of hij de grenzen voldoende weet op te rekken, zodat de Fransen dit ook als vernieuwing beleven, is het ongewisse in zijn vernieuwing. Maar goed, daar heeft hij, als hij in juni een meerderheid in het parlement verwerft, ook nog enkele jaren de tijd voor.

    Op 12 september zal ook blijken of en welke vernieuwing er in Nederland is gewenst. Want dat de politici vernieuwing beloven staat vast. De vernieuwing die de PVV beloofde twee jaar geleden is gestrand in het Catshuis. Komt er een vervolg met meer ongewisse gevolgen of kiezen Nederlanders voor andere vernieuwing? Bepalend zal zijn hoe kiezers het tijdsgewricht ervaren: als een uitzichtloze beklemming of een periode die kansen biedt tot vernieuwing.

  • Transparantie ontleed

    Posted on mei 8th, 2012 Robert No comments

    In het recent gevoerde Kamerdebat over de bezuinigingen zei SGP-voorman Van der Staaij dat D66-leider Pechtold “als man van de democratie en de transparantie vandaag lelijk door de mand is gevallen”.

    Advocaat Verbeek eiste in maart van commissie Scheltema die de zaak van de gewezen COA-directeur Albayrak onderzocht ‘ openheid en transparantie’.

    In april aanvaarden de Spanjaarden de verontschuldigingen van koning Juan Carlos over zijn dure en controversiële jachttripje naar Botswana. Ze eisen echter wel meer transparantie van het Spaanse koningshuis, aldus het AD.

    Een kleine willekeurige greep van berichten waarin ‘transparantie’ opduikt. We kijken er niet meer van op dat in de politiek en op andere terreinen van de samenleving het woord vaak wordt gebruikt. Sterker, er valt inmiddels een proefschrift over te schrijven. Dit jaar zijn er al twee over verschenen. Het illustreert de sterk toegenomen zwaarte van deze term.

    Het eerste transparantie-proefschrift verscheen in januari. In ‘Transparancy and trust’ zet Stephan Grimmelikhuijsen het gebruik van de term transparantie door overheden neer als een hygiënefactor: er wordt een schoon imago mee gemaakt maar er wordt geen vertrouwen mee gekweekt. Het tegendeel kan er eerder mee worden bereikt als mensen te veel verwachtingen krijgen van de beloofde openheid die er vervolgens niet is. Ook zou volgens Grimmelikhuijsen een effect zijn dat openbaarheid van informatie wel het vertrouwen kan schragen, maar tegelijk twijfels voedt over de competentie van de overheid. Dat laatste punt wil ik wel nuanceren. Grimmelikhuijsen koppelt deze vaststelling aan ‘het kijkje in de keuken’ bij besluitvorming door gemeenteraad en B&W. De openheid is hier vooral die van het proces en minder die van alle relevante informatie. En dat een gemeenteraadsvergadering niet per definitie het visitekaartje is voor competent bestuur moge algemeen bekend zijn. Daarvoor is zo een gemeenteraad (of Staten of TK) vaak te veel een eigen wereld waarin de communicatie erg op elkaar is gericht en niet op de publieke tribune. Als raadslid vond ik dat altijd een van de meest lastige opgaven: politiek bedrijven in de vergadering en tegelijk de vergadering gebruiken om je verhaal aan het publiek te vertellen.

    Het andere transparantie-onderzoek verscheen in april, van de hand van Erna Scholtes. Zij richt zich in ‘Transparantie, icoon van een dolende overheid’ vooral op de nationale politiek. Mooie bevinding: in 1995 namen de Kamerleden het woord 145 keer in de mond, in 2008 was dit aantal bijna 1.200. Zij stelt vast dat er een breed palet aan betekenissen wordt gegeven door politici die het woord transparantie gebruiken. Dat is natuurlijk ook het mooie van taal: in woorden spreekt men dezelfde taal, maar in betekenis spreekt men een verschillende taal. Mommunicatie, noemden Koot & Bie dat ooit. Voor Scholtes is transparantie daarmee verwoorden tot een toverwoord, dat politici te pas en te onpas gebruiken. Politici gebruiken het als een soort keurmerk: als het transparant is, zal het wel goed zijn. Alleen stelt het keurmerk vaak niet veel voor. Net als Grimmelikhuijsen wijst ook Scholtes op het gevaar dat misbruik van transparantie leidt tot misleiding en verlies aan vertrouwen.

    Politici die praten over transparantie maar dit niet verhelderen of niet naar handelen, beschadigen zichzelf en hun metiér. Wat bedoelt Van der Staaij als hij Pechtold als een transparant politicus afficheert? Vertelt Pechtold altijd al zijn bedoelingen en deelt hij al zijn informatie met de Kamer of in ieder geval met de SGP? Nee, we weten dat dat niet zo is. Transparantie is niet alleen een objectieve term, maar net zo goed een subjectieve, politieke term. Door iets of iemand als niet transparant neer te zetten, wordt geprobeerd deze verdacht te maken. Of door transparantie te eisen bij een bestuurder, wordt de suggestie opgeroepen dat hij iets achter houdt. Het gaat in deze situaties niet daadwerkelijk om het verkrijgen van informatie, maar om het vormen van een beeld. Als dit dominant is kan de objectieve waard van het begrip ook wel eens als ongeloofwaardig gezien worden. Want tegelijk is het belangrijk dat de overheid haar informatie gaat openstellen. Dat kan met de huidige online instrumenten heel goed. En de meerwaarde daarvan is dat de informatie optimaal benut wordt voor innovaties en beleidsverbetering. Deze beweging voor ‘open data’ zorgt ook voor transparantie, maar waardevrij, voor zover selectie om politieke redenen achterwege blijft.

    Beide proefschriften zijn waardevol omdat ze politici en overheden waarschuwen voor te veel misleiding, te veel misbruik van de term. Erna Scholtes stelt het juist als ze zegt dat transparantie eerder een verhullend dan een verhelderend begrip is. Stoppen met het gebruik ervan, dan maar? Dat is geen oplossing en praktisch onmogelijk. Doorvragen bij iemand die praat over transparantie, kan al wat helpen om te onthullen. En hoe meer er onthuld wordt, ja, hoe groter de echte transparantie.

  • Verdwazing

    Posted on mei 4th, 2012 Robert No comments

    De Rijswijkse burgemeester wil graag een derde termijn. Een meerderheid van de gemeenteraad heeft laten weten dat niet te zien zitten. Dat is dan duidelijk, denk je als buitenstaander: burgemeester telt haar knopen en houdt het bij de twee termijnen van in totaal twaalf (!) jaar. Mis. De Rijswijkse burgemeester heeft aangeklopt bij de minister. Ze is het niet eens met de raadsmeerderheid en meent dat de derde termijn haar toekomt. Mijn woordkeus verraadt al mijn verbazing. Hoe bestaat het?

    Je kunt hier in de details gaan en kijken wat er dan precies speelt. Welke argumenten voert de raad aan, wat was dan het oordeel van de vertrouwenscommissie (die ook bij herbenoemingen optreedt) en welke redenen heeft de burgemeester om haar positie zo te bevechten? Het is de vraag of het meer klaarheid brengt. Democratie is vaak juist zo fijn omdat het heerlijk simpel kan zijn: koppen tellen en wat de meerderheid wil gebeurt. En als er dan ook niet een inhoudelijk besluit aan de orde is dat zijn invloed heeft voor de komende jaren, tot ver voorbij de huidige bestuursperiode, dan hoef je je niet te vermoeien met het zoeken naar consensus. Dat is op zich een belangrijk onderdeel van de Nederlandse bestuurscultuur, maar zeker niet als het over ambten gaat.

    De opstelling van de burgemeester impliceert wat over de verdwazing die bij bestuurders kan optreden als ze lang in dezelfde functie zitten. Verdwazing die ontstaat door gebrek aan tegenspraak, zelfreflectie en zelfrelativering. Illustratief is hierin ook het optreden van wethouder Van Rey van Roermond. Die kreeg recent van onderzoekers te horen dat zijn handelwijze niet helemaal schoon was.  Hij praatte het behendig weg en kon ongehinderd verder met zijn bezigheden.

    Het organiseren van zelfreflectie vraagt om meer dan af en toe een kritisch gesprek met medewerkers of een partner die foetert op je daden. Dit is namelijk wat ik soms wel eens lees als bestuurders zich over hun wijze van reflectie op de borst kloppen. Het is ieder eigen om mettertijd enkele onwrikbare overtuigingen op te bouwen. Dat gebeurt zeker bij bestuurders die vaak als rots in de branding publieke discussies moeten doorstaan. Dan is er weinig ruimte voor twijfel, buitenshuis niet en binnenskamers ook lang niet altijd.

    Tegenspraak, zelfreflectie en zelfrelativering is als een au bain marie: het vangt de hitte weg. Medewerkers of partner zijn te veel gebonden aan de doelen, successen of wereld van de bestuurder dat echte reflectie er niet door ontstaat. Zij zitten in die hete pan in au bain marie, meer aan de rand weliswaar maar niettemin. Er zal altijd iets nodig zijn dat op grotere afstand staat: burgers, fractievoorzitters van oppositiepartijen (als die cultuur er is), een coach, vrienden die je maar half volgen. Het kan vanalles zijn, maar die afstand is belangrijk. En uiteraard moet de bestuurder in persoon er ontvankelijk voor zijn, anders blijft het praten tegen een luidspeaker.

    De Rijswijkse burgemeester is bezig de zure druiven te plukken van haar verdwazing. Haar Schiedamse collega is haar niet lang geleden al voorgegaan. Haar imago beschadigd, haar zelfvertrouwen gedeukt, haar verdiensten bezoedeld en haar ziel bekrast…dat zal er straks onder de streep resteren.  Met als grote vraag: waarom?

  • Over bruggen

    Posted on april 26th, 2012 Robert 2 comments

    Er is veel voor te zeggen als de Tweede Kamer er vandaag in slaagt wat Rutte in zeven weken niet is gelukt: een begroting voor 2013 maken waar in de EU het licht voor op groen kan.

    Zo een klus te klaren is goed voor het vertrouwen in de politiek. Het weerspreekt het gemakzuchtige beeld dat politici veel lullen, maar weinig doen of er niet zijn als actie juist is vereist. Resultaat door de Tweede Kamer toont bovendien dat de situatie exceptioneel is en vraagt om manoeuvres die uitzonderlijk zijn in het Haagse. Politici zeggen niet alleen dat de situatie uitzonderlijk is, we kunnen het zelf ook aan de daden van onze vertegenwoordigers aflezen. Dit moment op deze wijze markeren geeft partijen ook na de verkiezingen het draagvlak om niet te snel in de kramp te schieten bij het bespreken van hervormingsmaatregelen.

    GroenLinks lijkt een spilfunctie in te nemen. Lid van de zogenaamde Kunduz-coalitie (als alternatief voor de PVV-zetels) maar ook de meest links-georiënterde van deze coalitie. In de beeldvorming liep een eerdere steun aan kabinetsbeleid op een drama uit: in plaats van het beeld dat men de eigen internationale visie vorm gaf, werd de steun uitgelegd als hulp aan het verfoeide rechtse kabinet. De angst zal meespelen dat dit opnieuw gebeurt. Het zou echter fout zijn als is angst de raadgever is. Er zit namelijk veel voor GroenLinks in het vat.

    GroenLinks heeft zich in de afgelopen tien jaar ontwikkeld tot een betrouwbare bestuurspartij op lokaal en provinciaal niveau. Anders dan de ontwikkeling bij de PvdA is macht als drijfveer minder prominent gebleven dan inhoudelijke doelen. Dat verklaart tegelijk waarom GroenLinks soms ook rap weer uit bestuursfuncties lijkt te gaan of bij coalitievorming juist moeilijk aan de bak komt ondanks bewezen kwaliteiten.

    In de huidige situatie draait het juist sterk om de inhoud. De noodzak tot profilering vanwege de verkiezingen kan via dit moment-van-inhoud ten volle benut worden. GroenLinks kan tonen wie ze is en waar ze voor staat. Dan moet er een duidelijke groene winst in de begroting voor 2013 en latere jaren zitten. Juist een duurzame insteek kleurt de positie van GroenLinks en die kleur wordt extra aangezet omdat het contrast met het volkomen niet op milieu of duurzaamheid georiënteerde beleid van kabinet Rutte zo scherp is.

    GroenLinks heeft ook andere redenen nu over de brug te gaan. De partij staat slecht in de peilingen. De invloed die er met het zetelaantal nu is, is niet gegarandeerd. Nu verzilveren van die invloed geeft profiel en meer kansen stemmers terug te halen.

    Partijleider Jolanda Sap heeft ook eigen motieven de brug te nemen. Haar profiel is sterk getekend door Kunduz. In de huidige situatie kan ze dit vervangen door die van een doortastend, voor de groene zaak strijdende aanvoerder. Dat vergroot haar draagvlak en positie binnen de partij. En wie weet verlost het de fractie van een zekere narrigheid waarmee, naar ik heb begrepen, de onderlinge samenwerking is omgeven.

    Calculerend gedrag in de politiek is een goede eigenschap, maar risico’s nemen evenzeer. De kunst is de balans te vinden tussen die twee elementen. Ik ben benieuwd hoe ver de Tweede kamer en GroenLinks in het bijzonder vandaag komt.

  • Steden bouwen

    Posted on april 17th, 2012 Robert No comments

    Het programma Tegenlicht bood gisteravond (wederom) een boeiende documentaire. Het ging over de stad van de toekomst. Dat klinkt als ver weg, maar zeker bij stedenbouw en planologie is toekomst een betrekkelijk onmogelijk begrip. Er komen bij stedenbouw zo veel trends en ontwikkelingen samen dat regressie, progressie, evolutie en spurt, elkaar in een bonte potpourri gezelschap houden. Waar begint dan precies de toekomst?

    Gaandeweg de uitzending kwamen er twee opvattingen tegenover elkaar te staan. Een uit Zweden, door Ikea gefinancierde onderneming (Landprop) streeft het ideaal van de maakbare gemeenschap na. Stedebouw houdt bij de Ikeanen niet op als de laatste steen is gelegd. In hun visie blijft de stedebouwer de gehele levensduur van het onroerend goed verantwoordelijk voor de gemeenschap die er gebruik van maakt.

    De auteur van Arrival City (Trek naar de Stad), Doug Saunders, betoogde juist dat planning en regelgeving gematigd moet worden en stedenbouwers en overheden een mate van anarchie moeten accepteren. Hij onderbouwde die opvatting met enkele herkenbare opmerkingen. Zoals dat de wijken die in de jaren vijftig en zestig zijn gebouwd, gekenmerkt worden door (zijn woorden) ‘akelige groene grasvelden’ en geen ontmoeting, geen informatie-uitwisseling, geen handel et cetera faciliteren. Zijn ideaal is een stad waar je zo veel met elkaar te maken hebt dat er vanzelf ideeën opkomen die tot activiteiten en handel leiden. En dus moet er ruimte zijn ook in regelgeving, om dat toe te laten. Met dichtgeregelde bestemmingsplannen had Saunders begrijpelijkerwijs dus ook niet veel op.

    Ik voelde mij verreweg het meest thuis bij insteek van Saunders. En overtuigend was het ook weer niet. Zijn premisse is dat bewoners een groot vermogen hebben om zelf onderling conflicten op te lossen, regels te stellen, kortom: het samenleven vorm te geven. Ik vraag me af of je dat zo generalistisch als uitgangspunt kan nemen. Wie opeens ingeklemd komt tussen de etensluchten van twee naburige restaurantjes en niet vaardig is dat bespreekbaar te maken, heeft een probleem. Of zou, in de opvatting van Sanders, zo iemand dan moeten verhuizen om het grotere goed van de dynamiek in de stad te bewaken?

    Op dit menselijke aspect ging de documentaire helaas onvoldoende in. Ook al wees de bioloog Geoffrey West er terecht op dat het vaak over concepten gaat en niet over de mensen die er moeten wonen. Dat werd fraai geïllustreerd toen een voorganger van de Ikeanen werd gevraagd wat hij er van vond als bewoners buiten zijn concept van gemeenschapsvorming om iets gingen doen. Hij reageerde met een mengeling van afgrijzen en ongeloof: dan was er sprake van mislukking. Hij had dan gefaald.

    In het kamp van Ikea plaats ik ook de pogingen van Siemens die ergens in een woestijn (hoe ironisch) bezig is de stad van de toekomst te bouwen. Nu bewoond door studenten. De insteek van Siemens is wel een realistische: als grondstoffen opraken, energie en water schaars worden, hoe houden we steden dan bewoonbaar? Feitelijk gingen zij door middel van technische foefjes aan het rantsoeneren. Wie te veel electriciteit of water verbruikte kreeg een waarschuwing. Dat lijkt verdacht veel op het moralisme dat Ikea toonde in haar denken. En tegelijk grijpt het in op de privé-sfeer doordat er toezicht is. Na de camerabewaking in het publieke domein, de controle die via internet kan worden uitgeoefend, is het en nieuwe vorm van inkapseling. En tegelijk is het ook realistisch te denken dat het een onontkoombare noodzaak wordt. Want het aan de markt overlaten betekent dat het prijsmechanisme de verdeling organiseert en dat heeft scherpe onrechtvaardige kanten.

    En zo blijkt de tegenstelling toch misschien minder groot. De stad van de toekomst zal een duurzame moeten zijn. Sociaal gemeenschapsleven en lokale economie faciliteren is moeilijk als basale behoeften voor energie en water een dagelijkse zorg zijn. Dat in Londen 1 op de 3 liter drinkwater weglekt door verrotte waterleidingen was in dit opzicht shockerend en geruststellend: met de nodige investeringen kan er op dat vlak veel efficiëntie worden gewonnen.

    Het zou interessant zijn als de Ikeanen en Saunders ook hun licht over de duurzaamheidsvragen hadden mogen schijnen. Wat ooit in de negentiende eeuw begon als disciplinering van de lagere sociale klassen, krijgt in de Siemens-benadering een vervolg met gedrag-instruerende waarschuwingen en prikkels. Dit keer niet om ’sociaal aangepast’ te leven, maar uit noodzaak om schaarse grondstoffen te delen. Gaat iedereen dat zonder meer accepteren? Ligt dat in het Westen anders dan in China? En zou dan de benadering van de Ikeanen hierin succesvoller zijn dan de opstelling van Saunders? Ik voorzie nog moeilijke keuzes…

  • Uit het dagboek van een hardloper

    Posted on april 10th, 2012 Robert No comments

    Gisteren liep ik de halve marathon als onderdeel van de Utrechtse marathon. Toen ik ’s middags naar de Jaarbeurs fietste, waar de start was, passeerde ik lopers die al om tien uur ’s ochtends gestart waren voor de marathon. Natgeregend waren ze, moegemaakt door de wind en de afstand, vermoedelijk met pijn in de benen die elke meter met minstens de helft langer leek te maken. Ik fietste ik ze nog fris en vol enthousiasme over het vooruitzicht van een mooie loop voorbij. Ik ging in ieder geval geen 42 km doen, doch slechts de helft!

    Bij de Jaarbeurs was het een bonte bedoening van felgekleurde truitjes en dito schoenen, door menigeen bedekt met een transparante plastic cape. Er waren er ook die het stelden met een vuilniszak. Ik nam eerst aan dat ze met deze omhulsels ook gingen rennen, wat me bijzonder onhandig leek, maar noteerde later menig omhulsel afgedankt op de grond juist voor de startstreep. Hun nut was vooral de te overbruggen periode tot de start. Dat deed het gros binnen bij de Jaarbeurs. En toen ik met de masa nar buiten schuifelde, de wind en de regen me opwachtte dacht ik el een moment ‘je bent ook wel gek dat je nu gat rennen.’

    Wat volgde was het wachten. Niet te lang gelukkig, mar genoeg om enigszins af te koelen. We wachtten op het schot, aanhoorden het alombekende ‘nu-gaat-het-beginnen-melodietje’ dat ik van de Singelloop kende, en ik zag de massa rij voor rij in de versnelling gaan. Losgelaten voor een exact afgemeten afstand waar je tegelijkertijd geen flauw idee bij hebt hoe ver dat gevoelsmatig is.

    Kwiek zette ik het tempo er in. Wauw, wat ging het lekker. De fout om te snel te starten is snel gemaakt, en ik maakte hem denk ik, maar bij het volle bewustzijn: ik zou wel zien hoe het ging.  Om mij heen werd nog opgewekt gekletst, commentaar gegeven en gereageerd op supporters langs de kant. Het moment dat luchthartigheid ingewisseld werd voor verbetenheid lag nog kilometers ver voor ons. De voortekenen waren er wel al bij het lange stuk langs het windrijke Amsterdam Rijnkanaal. Af en toe trokken er koude rillingen over mijn rug, mar bij windluwe stukken leek het ook of er een warm strijkijzer overheen werd gehaald.

    Na een stukkie Langerak begon ik me op de Groenedijk wat vermoeid te voelen. Dat was wel een beetje vroeg. Ik begon de route in parten op te delen. Altijd een beproefd middel om de eindstreep te halen: als je bij locatie 1 bent, is locatie 2 opeens ook veel haalbaarder, en zo voort. Vanaf Oog n Al werd er weer langs het water gerend, dit keer van het Merwedekanaal. Hier was geen adem meer voor gebabbel, elke slok zuurstof moest op de meest efficiënte wijze benut worden. Mijn aandacht voor de omgeving nam in rap tempo af. Ik zag kuiten, hakken van schoenen, asfalt en klinkers. Versnellen was niet meer mogelijk. Het gedans door en langs de massa om de langzamere lopers omzichtig te passeren, het was luxe spielerei uit de beginfase. Vaart houden was mijn missie.

    Voorbij Ledig Erf riep iemand op een bemoedigende toon dat het nog 4 km was. Vier kilometer, mijn hemel. De passage onder de Dom moest een hoogtepunt zijn, maar ik registreerde slechts een languitgelegde zwarte mat en berekende enkele  spots die mij nog scheiden van de finish. Dat was het hoogtepunt. In de latste kilometer herkende ik mezelf in de verloren marathonlopers die ik al fietsend uren eerder had gezien. Het kan verkeren. Na een uur en drie kwartier hobbelde ik de finish over.

    Zo waar en zo mooi kan hardlopen zijn.

  • Huisgemaakt

    Posted on april 6th, 2012 Robert No comments

    Van aanprijzingen als ‘huisgemaakt’  en ‘ambachtelijk’ worden de knieën snel zwakker. Wat vermoedelijk vijftig jaar geleden niet als bijzonderheid gold en nu wel is namelijk dat het niet uit een fabriek komt. We willen weer graag geloven dat de kok in de keuken eigenhandig de appels heeft geschild, het deeg door zijn handen heeft laten gaan om ons de huisgemaakte appeltaart voor te schotelen. En als de gebruikte appels biologisch zijn gekweekt voelt het nog gezond ook. We zijn gecharmeerd van kas die niet uit een friese fabriek komt maar van een boer op twintig kilometer afstand. En van jam die ‘naar grootmoeders recept’ is bereid. Wat veel culinaire genoegens betreft zijn we, kortom, hopeloos romantisch.

    De ontwikkeling beperkt zich niet alleen tot de keuken. Ambachtelijke timmerwerk, mondgeblazen glaswerk, handgewoven kleding, het fascineert en verleidt ons meer dan ooit

    Bezit is een expressie van de identiteit. Lees er Erich Fromms ‘Hebben of zijn’  (1976) maar op na. Blijkbaar is authenticiteit in onze identiteit belangrijk. Vergelijken is moeilijk, maar gezien de groeiende interesse voor ‘eerlijk waar’ is het belangrijker geworden. Maar is het vernis of heeft het wortels diep in hoe we denken en (willen) zijn? Is het mode of is het een nieuwe mindset?

    Voedsel regionaal produceren, en op een gezonde manier, zijn inmiddels al enkele jaren politieke doelen op europees en nationaal niveau. Dat heeft tal van objectieve redenen en staat daarom voor een nieuwe mindset in het denken over voedselproductie en -consumptie. Voor meubels, kleding en andere niet-eetbare goederen is dit, op enkele keurmerken na, veel minder het geval. De belangen zijn hier anders; het is gen kwestie van leven, ziekte of dood. Eten van een besmette kip is schadelijker ongeacht de stoel of tafel waar de consumptie aan wordt gepleegd. Mar om redenen van kinderarbeid, natuur- en bosbehoud is de mindset onmiskenbaar aan het veranderen.

    Wat betekent dat voor de romantische inslag? Is dat eigenlijk niet slechts een mooie marketing, aangemoedigd door de europese en nationale overheid? Een mode daardoor die, net als de spijkerbroek, wel deel wordt van onze cultuur, maar ook verdwijnt als de overheden hun beleid loslaten? Zijn we volgend, profiterend van de in gang gezette ontwikkeling, of jagen die, gedreven door en overtuiging over ‘eerlijk waar’ door ons koopgedrag aan?

    Is het belangrijk om dat te weten? Ja, als je ziet hoe makkelijk dit kabinet belangrijke regelgeving op bijvoorbeeld natuur, milieu en sociaal gebied loslaat. En niet het loslaten is het probleem, maar vaak de risico’s die genomen worden met de gevolgen. Bewust consumeren zou het niet moeten hebben van overheidsregels. Maar het heeft er nu wel baat bij. Ik hoop dat straks het ‘huisgemaakte’ bezuinigingspakket van het kabinet in die zin geen verrassingen bevat. En zo wel, dan wordt het een test of onze voorkeur voor eerlijk eten en bezit de grens tussen mode en mindset al is gepasseerd.

  • Spoken

    Posted on maart 29th, 2012 Robert No comments

    Het is een consumentenencliché: iets zien in de etalage, daardoor verleidt de winkel binnenstappen, en merken dat het getoonde het laatste exemplaar is, en het exemplaar in jouw maat, kleur of anderszins gewenste vorm niet verkrijgbaar is. Dat etalages, net als reclame, moeten verleiden en dus de wereld fraaier maken dan wat de winkel biedt, is de spreekwoordelijke steen waar je je makkelijk vaker dan twee keer aan stoot. Veel voorbeelden tref je, wellicht verrassend, bij de vacatures. Uitzendbureau’s schijnen massaal met spookvacatures te werken. Dit zijn vacatures die er nog niet zijn, maar waarvan het uitzendbureau wel verwacht dat ze er komen. Het is natuurlijk geniaal bedacht. Want niets is dodelijker dan een uitzendbureau waar maar twee echte vacatures de grote raampartij versieren. Daar loopt de werkzoekende al snel aan voorbij want de keus is dan te miniem en dat schept geen vertrouwen. Nederland telt ruim 1.000 online vacaturebanken. Daar geldt ongetwijfeld een zelfde wet voor: je bent als vacaturebank waardeloos als je maar een paar vacatures kunt bieden.

    De etalage van politiek Den Haag heeft ons de afgelopen dagen ook met het spookthema geconfronteerd. Bij onderhandelingen is het misschien wel standaard: je hebt de echte onderhandelingen en je hebt de spookonderhandelingen. Dit heet ook wel het spel. Vaak blijft dat binnenskamers. De Catshuis-onderonsjes toonden ons dezer dagen echter fraaie voorbeelden van de spook-variant. Ons werd verteld dat er een moeilijke fase was. Verhagen zei het gewichtiger: “Dit is als een moeilijke fase te karakteriseren.” (Want ja, de RVD napraten met dit type minieme teksten is ook zo armoedig). Vandaag blijkt dat de moeilijke fase voorbij is en er perspectief op oplossingen voor in de plaats is gekomen. En het is voor velen gissen wat nu waar en niet waar is aan de beelden van de lachende onderhandelaars op het terras, de handdoek die PVV gisteren in de ring zou hebben geworpen, het begrip ‘perspectief’ dat vandaag is gecommuniceerd. Wat is oprecht en wat is het spook?

    Ooit komen we het wel te weten, maar nu nog even niet. We vermoeden voldoende om ons in gesprek te houden, maar dit gebeurt op de stoep van het Catshuis, want de winkel houdt voorlopig de deuren nog gesloten. Of zou het zo zijn dat we ook naar spook-onderhandelaars aan het kijken zijn en straks uit een klein houten deurtje aan het Binnenhof een ander gezelschap van coalitie en gedogers naar buiten treedt en zegt: we zijn er uit (wat in deze als symbool extra krachtig werkt). Want waarom ook niet? Onze samenleving wordt steeds postmoderner: authenticiteit is steeds minder een voordeel, oprechtheid is ballast; wie (media)beelden kan maken, een verhaal kan vertellen, publiek weet te bereiken en te boeien, heeft goud in handen. We zijn bijzonder ontvankelijk voor spoken, hoaxen en ander de verbeelding tartende constructies. Dus een spook meer of minder in de politiek: we kijken er straks niet meer van op of om.

  • Feest!

    Posted on maart 23rd, 2012 Robert No comments

    Honderdjarigen hebben de gewoonte het rustig aan te doen. Er is wat familie, de burgemeester komt langs en misschien is er ook nog ruimte voor een journalist of fotograaf. Zo gaat dat bij personen. Bij organisaties is het beeld vaak tegengesteld. Het bereiken van de honderd stuwt de feestroes op tot nog niet verkende hoogten. De Vereniging Nederlandse Gemeenten heeft de verleiding ook niet weerstaan. Er is een bonte feestavond georganiseerd om het heuglijke feit straks met tout gemeenteland en partners te vieren. Daar is niks mis mee. Jorritsma, de voorzitter, heeft in het verleden bewezen een musicalster in-de-dop te zijn. En er zijn vast wel enkele raadsleden te vinden die een gelegenheids-muziekband kunnen formeren. En als we toch bezig zijn: waarom niet een toneelstuk van enkele burgemeesters of wethouders, bijvoorbeeld Het Verjaardagsfeest van Harold Pinter. Passend. Zo kan het, maar zo gebeurt het natuurlijk niet. Honderdjarige organisaties laten zich graag fêteren door Bekende Mensen. Die daarvoor natuurlijk betaald worden. En dat doet wat met de kosten en de prijs van het toegangskaartje. Als een organisatie zich dat kan veroorloven is dat geen probleem. En voor veel bedrijven is het bij uitstek een moment om de marketing een extra energiestoot te geven. Maar ‘veroorloven’ voor maatschappelijke organisaties gaat verder dan alleen de platte financiële afweging. Het bestrijkt ook een verraderlijk reliëf van begrip en draagvlak. Financieel veroorloven is één, maatschappelijk veroorloven is twee.

    Dat laatste is zo verraderlijk omdat het gaat om inschattingen die vooraf gemaakt moeten worden. is en Freek de Jonge over the top of zal men zijn optreden als verrijkend en passend vinden? En als we daarbij dan Golden Earring programmeren, is dat niet te veel ‘toppers’  bij elkaar? Het is de kunst aan de goede kant van de lijn te blijven, helaas voor de feestroezende plannenmakers, is die eerder behoudend dan uitbundig. Wie de lijn vergeet maakt zich zeer kwetsbaar voor negatieve kritiek. De beeldvorming schiet zonder veel moeite in het verhaal dat hier overdreven dik wordt gedaan met gemeenschapsgeld. Feit en fictie zijn dan al snel minder relevant.

    De VNG heeft het over zich afgeroepen: aangestoken door wethouder Eerdmans van Capelle is het feest tot en met de Amsterdamse gemeenteraad onderwerp van kritiek: daar associeer je je niet mee, nee, daar distantieer je je van. De VNG heeft het ‘veroorloven’ te eenzijdig benaderd en compleet gemist dat de bezuinigende gemeenten zich niet kunnen of willen associeren met een feest dat in beeld als grotesk wordt neergezet. Het verweer van de organisatie bestrijdt nu amechtig dat de kosten extravagant zijn, maar de teerling is geworpen.

    Het is treurig. De VNG schaadt haar imago terwijl het jubileum juist een moment is om de onderlinge verbondenheid te verstevigen. Vooroordelen bij de leden over een organisatie die te gemakkelijk met geld omspringt bevestigt ze. Had ze een vorm gekozen om, bijvoorbeeld via de lokale afdelingen, het feestprogramma voor te bespreken, dan was het wellicht anders gelopen. Want dat valt wel op: het is nu in de discussie Jorritsma en Pans tegen de rest. Er is in de wording van het feestprogramma geen medestand opgebouwd die zich nu makkelijk laat mobiliseren. Als twee collega-wethouders Eerdmans direct van repliek hadden gediend was de discussie vanaf de start minder zwart/ wit gevoerd.

    Jorritsma en Pans hebben onderschat hoe zwaar gemeenten, hun leden, het momenteel hebben om de touwtjes bij elkaar te houden. Dan mag er ook best feest worden gevierd, maar een reflectie van de benarde tijden op de opzet van het feest had gepast. Als dit wel is gebeurd zou de VNG dit als de wiedeweerga duidelijk moeten maken. Alleen de begroting toelichten, zeggen dat de kosten niet overdreven zijn en de rest afdoen als stemmingmakerij, is niet voldoende meer om het negatieve beeld te kantelen.

  • Consolation International

    Posted on maart 16th, 2012 Robert No comments

    We naderen Pasen en al ben ik niet gelovig, het is een geschikt moment om stil te staan bij het Lijden. Het is part of life en als zodanig niet een punt van dagelijkse, diepgaande aandacht. Een mens kan er gek van worden. Overzien we het actuele toneel met een jaar bloederige opstand in Syrië, een afgrijselijk busongeluk, een losgeslagen moordende militair in Afghanistan, dan is er veel stof tot reflectie. Alsof er toch een hogere macht is die het er om doet.

    Lijden is het ondergaan van smart en ellende, aldus wikipedia. Je hebt het lijden van direct betrokkenen en het lijden van hen die op afstand meevoelen. In aantal is dit exponentieel, in mate van pijn is het een flauw surrogaat. We voelen de smart bij de zoveelste moordpartij door het regime van Assad, we voelen niet de echte pijn die de getroffen Syriërs ondergaan. Ons lijden is daarmee niet gediskwalificeerd. Gedeeld lijden verzacht…wordt gezegd. En beter met je gezicht naar wat er mis is staan, dan met je rug.

    Soms leidt het mee-lijden tot acties. In Libië kwam de internationale gemeenschap in actie. Bij het busongeluk is er sprake van een actieve expressie van medegevoel. Al is een dag van rouw voor ons weer te lastig om in mee te gaan. Bij zo een moordende militair staan we geheel machteloos. De afstand tussen het lijden van de getroffen Afghaanse families en ons mee-lijden is onoverbrugbaar.

    Ik zei al: we kunnen niet iedere dag uitgebreid met het Lijden op de wereld bezig zijn. We slaan het wel ergens op, want is er een ramp waar de afstand met de slachtoffers makkelijk en veilig is te overbruggen dan kunnen we gul zijn in onze steun. Tenzij de ramp, zoals bij de hongersnood in de Hoorn van Afrika vorig jaar, een onoplosbaar Lijden lijkt te vertegenwoordigen. Dan verliezen we de moed of de zin. Of is ons repertoire van medeleven opeens te beperkt.

    Ik hanteer nu steeds de meervoudsvorm omdat het naar mijn idee om iets redelijks ongrijpbaars gaat. Hoe gingen we om met de 9/11 aanslag? En de grote terroristische aanslagen daarna in Madrid en Londen? We volgden met grote betrokkenheid de berichtgeving. Dit oogt wat karig, maar, om andere redenen dan bij de moordende militair, was ook hier het tonen van mee-lijden een onmogelijke opgave: een hulpactie, een zend-een-bloem/ of kaart-actie…het leek weinig zin te hebben. En als je het als individu zou willen: hoe regel je dat?

    Ik kan me best voorstellen dat we vaker van ons willen laten horen als we geconfronteerd worden met Lijden. Niet per se met geld, wat ook niet altijd mogelijk is. Maar met een kaartje, een email, bloemen desnoods. Als een arm over de schouder, een klop op de rug. En wat zou het gemakkelijk zijn als er een organisatie was à la Amnesty die die faciliteiten biedt. Een Consolation International, die bij situaties met Lijden er voor zorgt dat je de getroffenen linksom of rechtsom een hart onder de riem kan steken. Omdat we wel willen, maar niet altijd kunnen. Het zal de hongerigen misschien niet veel zeggen, maar getroffenen van aanslagen, ongelukken en ander onheil kunnen er troost uit halen. En wie wil dat nu niet, in smartvolle en ellendige situaties troosten of getroost worden?