• Foute zones

    Posted on juli 19th, 2012 Robert No comments

    liesbethspiesEen kabinet maakt altijd plannen. Dat is haar natuur. Demissionair of niet, zomerreces of hoogwater. Minister Spies liet gisteren via Trouw weten dat ze steden helpt in het aanpakken van huisjesmelkers. Zeker gegoten in deze terminologie een streven om toe te juichen. Mensen die over de zwakke en door hard werk gepijnigde rug van Oost-Europeanen hopen snel rijk te worden, zijn fout. En fouten moeten worden voorkomen. Dat gezegd hebbende meldt Trouw ook dat de minister  woninginvesteringszones bekijkt. Proef dit woord maar even. Woninginvesteringszones. Mijn associatie daarbij is dat het gebieden zijn in een stad die wel wat financiële steun kunnen gebruiken en waar private financiers fiscaal gunstig de portemonnee voor kunnen trekken. De woninginvesteringszonespecialist van het ministerie zou nu zeggen: nou, bijna goed! Het gaat inderdaad om wijken waar het onderhoud niet tiptop is. Alleen zijn het niet private financiers maar ‘welwillende bewoners en huiseigenaren die in deze zones buurtgenoten en huisjesmelkers dwingen om mee  te betalen aan het onderhouden van hun buurt.’ Goed plan of fout plan?

    In Nederland is er een heldere scheiding tussen privaat en publiek eigendom. Dat geldt ook voor de openbare ruimte of semi-openbare ruimte. Ofwel: de ruimte zonder hek en de ruimte met een hek. De overheid heeft vanoudsher de zorg voor de publieke ruimte. De zorg voor de semi-publieke ruimte wordt vaak gedeeld met bewoners of eigenaren. Iedereen betaalt via belasting mee. En soms betalen we niet genoeg en bezuinigt een gemeente op de uitgaven. Als er dus sprake is van slecht onderhoud in het (semi-)publieke domein, is de overheid verantwoordelijk. Dit is theorie en praktijk.

    Maar de praktijk is altijd weer iets meer complex. Want elke gemeente wemelt van strookjes grond, schuttingen met overgroeiend groen, verkeerd geplaatste hekken die zorgen voor onduidelijkheid: wat hoort bij wie? Dat kost een gemeente soms flink wat puzzelwerk, aanschrijven en zo voort, maar ze heeft de mogelijkheden privaat en publiek weer helder te scheiden.

    En nu die woninginvesteringszones, waarvan ik op dit punt aangekomen hoop dat ik het woord nog maar één keer hoef te schrijven. Het plan van Spies (maar eigenlijk komt het uit Rotterdam) is het product van ambtelijke luiheid of onwetendheid. En bovendien gaat het verwarring zaaien over de taak en verantwoordelijkheid van de gemeente. Niet doen, dus. Daarbij betwijfel ik sterk of het uitvoerbaar is daar je welwillende bewoners een strijd laat voeren die de overheid als partner (de gemeente is er voor u) op zich zou moeten nemen. Het is tenslotte ook de verkeerde weg die hier gekozen wordt. Straf en dwang om sociale verbondenheid en burgerschap te kweken is een gegarandeerd recept tot mislukking. Als buurten te maken hebben met fout gedrag van buren of huisjesmelkers die zorgen voor een snel verloederende woningomgeving dan zijn er tal van meer sociale manieren om te proberen hier verandering in te brengen. Dan denk ik niet aan een wijkbijeenkomst, maar wel aan bijvoorbeeld een buurtwerker die als makelaar de wensen en mogelijkheden van betrokken bewoners gebruikt om ze samen te laten werken. Dat kan klein beginnen en uitgroeien tot iets groters.

    Vroeger grepen linkse politici nogal snel naar subsidie als ze een situatie wilde veranderen. Rechtse politici grepen snel naar de boete. Dat tijdperk is voorbij, toch? Tegenwoordig zijn de doelgroep en hun mogelijkheden het vertrekpunt, dacht ik. En dat past ook mooi bij een overheid die zich kleiner wil maken en niet overal bovenover en onderdoor of dwarsdoorheen wil gaan. Ik hoop dat Spies haar woninginvesteringszones op een nog komende zonnige dag aan een stokje spietst en roostert.

    P.S. Of interpreteer ik ‘buurt’ te ruim en hebben we het over woningonderhoud? En wil Spies dat bewoners hun achterbuurman gaan dwingen zijn kozijnen te verven? Daar heeft elke gemeente instrumenten voor om eigenaren aan te schrijven. En misschien moet hier plicht en middel beter worden, maar verder geldt hetzelfde: de overheid is hier verantwoordelijk.

    P.S. 2 Na mijn vakantie maak ik een blog over nog zo een plan van het demissionaire kabinet: de vermindering van het aantal volksvertegenwoordigers. Of omgedraaid: de premisse dat u als burger meer te zegen zult hebben met minder mensen die u vertegenwoordigen. Hoofdbrekertje.

  • Doping

    Posted on juli 13th, 2012 Robert 2 comments

    Van Agt, met of zonder doping?

    In de uitzending van Sportzomer was deze week oud-premier Van Agt te gast.Hij werd door presentator Mart Smeets consequent met ‘meneer Van Agt’  aangesproken. De anderen waren gewoon Thijs en Michiel. Meneer van Agt schept er enig behagen in om sinds zijn vertrek uit de vaderlandse politiek (en dat is best lang geleden) tegendraadse posities in te nemen. Het meest bekend is zijn strijd voor gelijke rechten van Palestijnen. Gisteravond bepleitte hij een vrijgeven van doping. Beide standpunten zullen voor CDA’ers in actieve dienst een gruwel zijn. Maar onder verwijzing naar leeftijd is veel weg te poetsen.

    Van Agt is geen uitzondering maar lijkt eerder een regel: oud bewindslieden die na te zijn afgezwaaid standpunten verwoorden of commentaar leveren die haaks staat op waar ze in hun politieke leven voor stonden. Lubbers was zeker geen milieuman: de zorgen voor morgen waren in de jaren tachtig niet aan hem besteed. Nu zegt hij bijvoorbeeld: “Duurzaamheid is geen luxe. Het is de enige mogelijkheid”. Bert de Vries veroordeelde na zijn tijd als CDA-fractievoorzitter in interviews en een boek het sociale beleid van zijn partij in ongemeen stevige bewoordingen. Beleid met principes waar in zijn tijd ook door hem voor werd getekend. Voorhoeve zwaaide na zijn VVD-tijd steeds verder af en belandde bij D66. De inmiddels overleden Hans Dijkstal werd een criticaster van de rechtse koers die zijn partij inzette; hij keerde zich in 2004 fel tegen het migrantenbeleid.

    Blijkbaar gaan politieke leiders onder een juk gebukt dat na verwijdering leidt tot buitelingachtige sprongen. Dat kost soms enkele jaren, dus of Balkenende nog in deze regel gaat passen moet worden afgewacht. Wat ik er in herken, op grond van eigen ervaringen, is dat er vanuit je partij soms visies opgedrongen worden. En loyaliteit, maar ook behoudzucht, leidde er dan toe dat je er in mee ging. Ook al was er een kritisch stoorzendertje in je actief die vervelende vragen stelde en voorbehouden maakte. In de jaren tachtig was je als linkse mens woedend dat sociale rechercheurs er waren om fraude met de bijstand op te sporen. De echte fraude bij de grootverdieners moest juist aangepakt worden. Nu is fraudebestrijding een logisch gegeven, juist ook van belang om draagvlak te houden voor de belastingen die betaald moeten worden om uitkeringen te kunnen geven. Die actuele opvatting was er toen ook wel, maar politiek niet aan de orde.

    Maar de tournures van kerels als Van Agt en Lubbers zijn toch wel een categorie apart. Afgezien van wat misplaatste ijdelheid, het missen van invloed en publieke aandacht, dat vast ook meespeelt, moet de zelfverloochening de kracht van een sloopkogel hebben gehad. Er is door deze voormalige machthebbers, iconen van een politieke partij, lang van alles aan twijfels of meningen onderdrukt, en als de politieke Higgs-deeltjes zijn verdwenen plopt het er met kracht uit: we moeten B doen! (”huh, hij zei toch altijd A?”).  Zou van Agt nooit een jota van zijn eigen drugsbeleid hebben geloofd? Was Lubbers het eigenlijk beslist oneens met zijn eigen afhouden van een duurzame ontwikkeling van de economie?

    Natuurlijk, wijsheid komt met de jaren en inzichten rijpen als goede wijn. Maar je wenst het bestuur van ons land toch bestuurders toe die nu al wijs zijn en met voldoende kritische reflectie de gevolgen van hun standpunten en daden overzien. Er is eigenlijk een variant nodig op Fortuyns parool ‘ik zeg wat ik denk en doe wat ik zeg’. Het zou kunnen zijn: ‘ik doe nu wat ik moet doen, ik zeg straks wat ik had moeten doen.’

  • De zachte toedekker

    Posted on juli 4th, 2012 Robert No comments

    Hoe moet je de perikelen bij de PVV aanschouwen? Met leedvermaak? Dat ligt voor de hand als het een organisatie betreft wiens leider en doelen je niet aanstaan. Zeker als die organisatie en leider succes na succes heeft geboekt. Opluchting dringt zich ook op. Ruzie en crises zijn altijd redenen voor kiezers om hun steun weer eens te bezien. De PVV lijkt, gezien de peilingen, tot nu toe zich aan die wetmatigheid te hebben onttrokken. De verschillende schandalen, ruzies en uittredende partijvertegenwoordigers leidden tot enig zetelverlies, maar ze blijven een grote partij. GroenLinks had een crisisje rond de kandidaatstelling voor het lijsttrekkerschap en werd direct gehalveerd. Aan de andere kant weet je ook niet hoe de peilingen waren als de PVV tot nu toe als een gesloten een solide formatie had geopereerd. Misschien stonden ze dan nu wel op dertig zetels.

    De NRC publiceerde afgelopen zaterdag een veelzeggende inkijk in de PVV-wereld. Het bleek dat Wilders wel her en der mee bestuurt maar terugdeinst intern conflicten uit te vechten. Dat verklaart ook wellicht dat veel uitgetreden vertegenwoordigers hun stap alleen verdedigen met inhoudelijke of procedurele argumenten. De persoon van Wilders kan ook bij de opgestapte discipelen nog rekenen op veel clementie. Is het toeval dat mijn taalgebruik nu ineens wat Rooms kleurt? Zelfs Hero Brinkman blijft vol warmte over persoon en leider Wilders praten. Dit zal vermoedelijk ook de reden zijn dat hij door kiezers niet als tegenstrever  en alternatief wordt beschouwd. Hij is daarin niet geloofwaardig.

    De halfzachte wijze waarop Wilders met zijn vertegenwoordigers of discipelen (ok, vooruit) leidt tot veel veenbrandjes die pardoes kunnen ontvlammen. Dit is in de voorbije anderhalf jaar ook gebeurd. Blijkbaar zijn er twee Wilders: de harde ruziezoeker en de zachte toedekker. De harde ruziezoeker heeft zich politiek gezien geïsoleerd en lijkt met het recente programma die positie uit te bouwen. Hij krijgt geen politiek cordon sanitaire opgelegd, maar hij zoekt die positie vrijwillig. De zachte toedekker crëeert boobytraps die zijn beeld als ‘macher’  danig verstoord. Hij wint er tot een bepaalde hoogte bij zijn trouwste volgelingen loyaliteit mee.  Het maakt hem menselijk, wat leidt tot sympathie en mededogen.

    Anders dan Brinkman kiezen de opgestapte Hernandez en Kortenhoeven er wel voor ook de persoon Wilders aan te vallen. Dat is op zichzelf een ceasuur in de conflicten tot nu toe. Zij stellen Wilders persoonlijk verantwoordelijk en trekken hem de boksring in. Dit ontaard in een welles-niets omdat Wilders gemakkelijk het tegendeel kan beweren van de feiten die de opgestapte Tweede Kamerleden aanvoeren. Niet betrokken bij het verkiezingsprogramma? Klopt niks van, zegt Wilders. Opgestapt uit rancune over de te lage klassering op de kieslijst? De tranen van de twee vertegenwoordigers duiden op meer dieperliggende motieven en ervaringen.

    Uiteindelijk wil elke politieke partij overtuigen op zekerheid en daadkracht. Zekerheid dat de beloften nagekomen worden en dat de inzet is alle punten echt uit te voeren. Maar wat wil de kiezer? Veel kiezers willen graag geloven in een mooi verhaal dat op een vertrouwenwekkende wijze wordt verteld. Wilders kan dat en heeft met zijn anti-Europaverhaal wat te bieden. Zekerheid biedt het verhaal allerminst en gezien zijn isolement is de daadkracht bij voorbaat gering. Deze stroming in kiezersland is niet zo gecommitteerd met bestuurbaarheid van het land en alle feitelijke voorwaarden die daarmee samenhangen. Deze stroming is geneigd ongerijmdheden voor lief er bij te nemen. In een goede film accepteer je ook dat de held na zijn duik in het water, het volgende moment vrijwel droog in de volgende scene start.

    Leedvermaak of opluchting, er is geen verbod op, maar gegrond lijkt het niet. Ook deze crisis en komende crises overleeft de PVV. De schade is echter nieuw nu ook Wilders als persoon is aangevallen. Het NRC stelde in het genoemde artikel dat bij interne vraagstukken Wilders vaak een onzekere indruk maakt. Het incident gisteren zal de zachte toedekker nog meer kopbrekers geven. Daar heb ik geen medelijden mee. Hoe meer hij zich met de PVV moet bezig houden, hoe minder trefzeker hij in de publieke arena opereert.