Transparantie ontleed

In het recent gevoerde Kamerdebat over de bezuinigingen zei SGP-voorman Van der Staaij dat D66-leider Pechtold “als man van de democratie en de transparantie vandaag lelijk door de mand is gevallen”.

Advocaat Verbeek eiste in maart van commissie Scheltema die de zaak van de gewezen COA-directeur Albayrak onderzocht ‘ openheid en transparantie’.

In april aanvaarden de Spanjaarden de verontschuldigingen van koning Juan Carlos over zijn dure en controversiële jachttripje naar Botswana. Ze eisen echter wel meer transparantie van het Spaanse koningshuis, aldus het AD.

Een kleine willekeurige greep van berichten waarin ‘transparantie’ opduikt. We kijken er niet meer van op dat in de politiek en op andere terreinen van de samenleving het woord vaak wordt gebruikt. Sterker, er valt inmiddels een proefschrift over te schrijven. Dit jaar zijn er al twee over verschenen. Het illustreert de sterk toegenomen zwaarte van deze term.

Het eerste transparantie-proefschrift verscheen in januari. In ‘Transparancy and trust’ zet Stephan Grimmelikhuijsen het gebruik van de term transparantie door overheden neer als een hygiënefactor: er wordt een schoon imago mee gemaakt maar er wordt geen vertrouwen mee gekweekt. Het tegendeel kan er eerder mee worden bereikt als mensen te veel verwachtingen krijgen van de beloofde openheid die er vervolgens niet is. Ook zou volgens Grimmelikhuijsen een effect zijn dat openbaarheid van informatie wel het vertrouwen kan schragen, maar tegelijk twijfels voedt over de competentie van de overheid. Dat laatste punt wil ik wel nuanceren. Grimmelikhuijsen koppelt deze vaststelling aan ‘het kijkje in de keuken’ bij besluitvorming door gemeenteraad en B&W. De openheid is hier vooral die van het proces en minder die van alle relevante informatie. En dat een gemeenteraadsvergadering niet per definitie het visitekaartje is voor competent bestuur moge algemeen bekend zijn. Daarvoor is zo een gemeenteraad (of Staten of TK) vaak te veel een eigen wereld waarin de communicatie erg op elkaar is gericht en niet op de publieke tribune. Als raadslid vond ik dat altijd een van de meest lastige opgaven: politiek bedrijven in de vergadering en tegelijk de vergadering gebruiken om je verhaal aan het publiek te vertellen.

Het andere transparantie-onderzoek verscheen in april, van de hand van Erna Scholtes. Zij richt zich in ‘Transparantie, icoon van een dolende overheid’ vooral op de nationale politiek. Mooie bevinding: in 1995 namen de Kamerleden het woord 145 keer in de mond, in 2008 was dit aantal bijna 1.200. Zij stelt vast dat er een breed palet aan betekenissen wordt gegeven door politici die het woord transparantie gebruiken. Dat is natuurlijk ook het mooie van taal: in woorden spreekt men dezelfde taal, maar in betekenis spreekt men een verschillende taal. Mommunicatie, noemden Koot & Bie dat ooit. Voor Scholtes is transparantie daarmee verwoorden tot een toverwoord, dat politici te pas en te onpas gebruiken. Politici gebruiken het als een soort keurmerk: als het transparant is, zal het wel goed zijn. Alleen stelt het keurmerk vaak niet veel voor. Net als Grimmelikhuijsen wijst ook Scholtes op het gevaar dat misbruik van transparantie leidt tot misleiding en verlies aan vertrouwen.

Politici die praten over transparantie maar dit niet verhelderen of niet naar handelen, beschadigen zichzelf en hun metiér. Wat bedoelt Van der Staaij als hij Pechtold als een transparant politicus afficheert? Vertelt Pechtold altijd al zijn bedoelingen en deelt hij al zijn informatie met de Kamer of in ieder geval met de SGP? Nee, we weten dat dat niet zo is. Transparantie is niet alleen een objectieve term, maar net zo goed een subjectieve, politieke term. Door iets of iemand als niet transparant neer te zetten, wordt geprobeerd deze verdacht te maken. Of door transparantie te eisen bij een bestuurder, wordt de suggestie opgeroepen dat hij iets achter houdt. Het gaat in deze situaties niet daadwerkelijk om het verkrijgen van informatie, maar om het vormen van een beeld. Als dit dominant is kan de objectieve waard van het begrip ook wel eens als ongeloofwaardig gezien worden. Want tegelijk is het belangrijk dat de overheid haar informatie gaat openstellen. Dat kan met de huidige online instrumenten heel goed. En de meerwaarde daarvan is dat de informatie optimaal benut wordt voor innovaties en beleidsverbetering. Deze beweging voor ‘open data’ zorgt ook voor transparantie, maar waardevrij, voor zover selectie om politieke redenen achterwege blijft.

Beide proefschriften zijn waardevol omdat ze politici en overheden waarschuwen voor te veel misleiding, te veel misbruik van de term. Erna Scholtes stelt het juist als ze zegt dat transparantie eerder een verhullend dan een verhelderend begrip is. Stoppen met het gebruik ervan, dan maar? Dat is geen oplossing en praktisch onmogelijk. Doorvragen bij iemand die praat over transparantie, kan al wat helpen om te onthullen. En hoe meer er onthuld wordt, ja, hoe groter de echte transparantie.