Linschoten


In de periode dat mijn politieke bewustzijn tot volle wasdom kwam was ik erg uitgesproken over de Haagse protagonisten: Van Agt en Lubbers zien en horen vond ik al een kwelling. En met hen, vele anderen. In de loop der jaren ben ik daar milder in geworden, verstandiger, denk ik ook. Het gaat om de inhoud, de persoon is bijzaak. Over één voormalige hoofdrolspeler lukt het me maar niet mijn mening te verzachten, dat is Robin van Linschoten. Ik vond toendertijd de man absoluut onaardig en onverstandig, en dat vind ik nog steeds. Het wordt alleen maar erger. Capriolen in de sociale zekerheid, werden opgevolgd door bokkensprongen bij de DSB. En geen greintje van zelfreflectie getuige zijn opstelling van hem en zijn voormalige medebestuurders. Het was toch echt de schuld van anderen, hun viel niets te verwijten.
En vorige week zag ik Linschoten bij Knevel & Brink. Een programma die voordat er en woord is gezegd al voor en lichte verhoging van de irritatiegraad zorgt, maar goed. Zo heb je er meer op de Nederlandse televisie. Het wemelt ervan eigenlijk, maar dat voor een andere keer.
Linschoten zat er vol eigendunk en zonder een extra oogknipper te beweren dat Wilders slechts en groot spel had gespeeld: nu de macht binnen bereik was zou hij weer zijn tamme oude ‘ik’ worden, het hondje dat kwispelt als het ‘braaf, braaf’ hoort van zijn companen bij CDA en VVD. Sterker, ziener Linschoten achtte de kans niet klein dat Wilders weer de VVD zou omarmen. Iets wat hij blijkbaar graag zag gebeuren…
En met dit soort roze mistflarden praat Linschoten recht wat krom is. Ik heb het nooit zo op verdachtmakingen op ‘baantjesjagerij’ maar het is dit, wat hem tot dit soort opvattingen brengt of hij is echt, echt héél dom.